.st0{fill:#FFFFFF;}

Angst of depressie? Zegt u het maar 

 4 juni 2021

  • minuten leestijd 

Door: Catheleyne van der Laan, auteur en psychotherapeut

‘Zou het kunnen zijn dat ik borderline heb?’ De vrouw tegenover mij is ten einde raad. Ze raakt dagelijks in de clinch met haar militante puber, kan zich obsessief boos maken over instanties en schrapt woedend haar beste vriendin uit de agenda omdat zij zomaar afbelde. Tja. De criteria van de borderline persoonlijkheidsstoornis in de DSM-5 zijn deels van toepassing op haar. Wat zal ik zeggen?

Terwijl ik als GGZ-behandelaar met tegenzin de DSM-5 hanteer om mensen in te schalen, is een groeiend aantal cliënten op zoek naar een psychisch label om zich in te herkennen. Ouders komen met het vermoeden van ADHD of autisme om het lastige gedrag van hun kind te verklaren. Mensen noemen zichzelf depressief, hoog sensitief (geen DSM-5) of komen met een burn out (ook geen DSM-5).

Criteria

Op internet heb je via een aantal zoektermen zo een DSM-5-label opgescharreld. De criteria zijn vaag: Innerlijke ervaringen die afwijken van wat binnen de cultuur wordt verwacht, gepreoccupeerd zijn, een instabiel zelfbeeld. Laat tien behandelaren iemand inschalen en je krijgt vier verschillende DSM-5-labels. Behandelaren hebben immers ook hun persoonlijke focus: ik zie vaker angst, mijn collega depressie.

De formulering van de trekken is behoorlijk subjectief. Wat betekent weinig belangstelling voor seksuele ervaringen? De een vindt twee keer per maand zat belangstelling. De ander vindt twee keer per week te weinig. En wat is eigenlijk een seksuele ervaring? Het hoofdstuk over genderdysforie in de DSM-5 is al helemaal twijfelachtig. Mijn dochters zitten veel losser in die materie dan ik.

Daarbij is zo’n classificatie geen kwestie van ja of nee. Het is een glijdende schaal waarbij iedereen wel een aantal symptomen zal herkennen bij zichzelf. Maar een tijdje gefrustreerd door het leven zwoegen, is toch iets anders dan de lijdensweg van acteur Antonie Kamerling, die uitmondde in zelfdoding. Een beetje druk, fladderig en snel afgeleid zijn, is ook nog geen reden om een kind Ritalin voor te schrijven.

Angst of depressie

En voor wie is die stempel eigenlijk bedoeld? Ik kreeg een keer een vader op gesprek die last had van zijn zoon met ODD (Oppositioneel-Opstandige stoornis, DSM-5). Na 50 minuten met deze man en zijn Trump-ego kon je mij ook in dat hokje zetten. Helaas gaat achter een zogenaamd ‘ADHD’-kind best vaak een chaotisch en turbulent gezin schuil. De ouders begeleiden is dan meestal veel effectiever.

Een label als troost of verklaring is natuurlijk best prima. ‘Ik ben mezelf niet. Heb ik een depressie?’, vroeg laatst een zachtaardige ploeteraar aan mij. Hij had als kruidenierszoon een verontschuldiging nodig voor zijn falen. Prima, maar als psychotherapeut wil ik wel aan de slag. Deze man zal moeten leren dat hij ook de moeite waard is als hij niet kan presteren. Dat hij nee mag zeggen en voor zichzelf mag kiezen.

Label

Sommige cliënten denken eenvoudig van hun geploeter af te komen omdat ze een bekend label hebben. Deze suggestie komt doordat instellingen DSM-5-labels indelen in zorgpaden met speciaal op dat label gerichte zorgprogramma’s. Protocolletje erbij en klaar. Dit schept een illusie van oplosbaarheid. Lees Het misverstand psychotherapie van Flip Jan van Oenen. Daarin staat klip en klaar: er ís geen oplossing.

Je moet leren leven met jezelf. Label of niet. In therapie werk je aan een gebruiksaanwijzing. De een moet geactiveerd, de ander afgeremd. De een heeft meer zelfvertrouwen nodig, de ander moet illusies laten varen. De vrouw met de zelfbenoemde borderline moet emoties leren herkennen en verdragen zonder in agressief gedrag te vervallen. De meeste cliënten moeten vooral een beetje van zichzelf leren houden. Het verháál van een mens bepaalt wat hij nodig heeft.

In mijn boek Ongemerkt verder vertel ik vier verhalen van mensen die zijn vastgelopen en die passen in de DSM-5-classificaties: borderline, PTSS, depressie en angststoornis. Zij komen zonder therapie weer in beweging. Dat kan natuurlijk ook. Je hebt geen stempel nodig om te veranderen. Wel een soort kantelpunt: nu moet ik het anders gaan doen. Zelfcompassie en aanvaarding van je eigenaardigheden is daarbij effectiever dan een label.

>