Mariet Lems geeft regelmatig workshops en lezingen. Onlangs is zij het verdiepingsprogramma Scholen in Talenten – literatuur gestart. Hiervoor hebben zich 28 leerkrachten van Utrechtse scholen aangemeld. Ze komen van basisscholen uit de provincie en vertegenwoordigen verschillende bouwen en groepen. Mariet neemt ons mee in haar eerste les.
De komende drie jaar gaan we ons samen verdiepen in de mogelijkheden van literatuur in onder-midden en bovenbouw. Er zullen drie workshops per jaar zijn, bij elkaar 9. Per jaar kunnen leerkrachten 1 of 2 keer op school begeleid worden door de workshopleider. Er kan ingegaan worden op specifieke vragen op het gebied van didactiek, lesopbouw en andere zaken met betrekking tot literatuur. Aan het eind van de rit moeten we uitkomen op een doorgaande leerlijn. Ik ben blij dat ik mijn boek Weten waar de woorden zijn heb, waarin ik alle aspecten van werken met literatuur beschreven heb.
Ansichtkaart

Ik vraag de leerkrachten om het beeld op de kaart goed te bestuderen met de volgende vragen in hun achterhoofd: wat vind ik van de huidige situatie op literatuurgebied op school? Welke ervaringen heb je ermee? Wat zou je graag willen bereiken? Niet alles hoeft beschreven. Kijk welke klik je krijgt tussen het beeld en een vraag. Ik geef twee voorbeelden uit eerdere workshops, zodat iedereen de bedoeling begrijpt. Er wordt meteen geconcentreerd gewerkt.
Bij het voorlezen blijkt weer hoe goed deze werkwijze werkt. Of ze nu serieus of grappig zijn, allemaal raken ze de kern. Ik vraag ze de kaart te bewaren, omdat we er later nog een opdracht mee doen.
Tekenopdracht
De tekenopdracht ‘Teken elkaar zonder op je papier te kijken’, wekt zoals altijd hilariteit en plezier op. Het is een perfecte werkwijze om aan te tonen waarom bepaalde werkwijzen werken en waarom niet. Dat je buiten de ‘lijntjes’ zou moeten denken om beter resultaat te krijgen.
Ik teken het creatief proces op de flip-over, leg het uit en verbind er daarna de schrijfopdrachten aan. Ik vertel over de werking van de linker-en rechterhersenhelft en wat die te maken hebben met creatief schrijven.
We associëren op diverse manieren en ontdekken dat je bij één woord wel 28 verschillende andere woorden kan denken, wat vooral voor leerlingen een enorme eyeopener is. Nadat ik geleide associatievragen heb gesteld bij hun ansichtkaart, schrijven de leerkrachten prachtige teksten die alle partijen verrassen.
In januari zien we elkaar weer. De groep zal gesplitst worden, zodat we beter kunnen verdiepen, met elkaar om een tafel, wat gemakkelijker is om ideeën van anderen naar voren te laten komen. Want die zijn er, dat is me wel duidelijk. Ik ga naar huis met een hoofd vol mogelijkheden. Nu de keuzes nog.
