.st0{fill:#FFFFFF;}

De bloedpatch 

 28 januari 2015

  • minuten leestijd 

Op de woensdagscan vertelde de behandelend arts mij dat hij van plan was een bloedpatch op de plek des onheil uit te voeren. Er zou het nodige bloed uit mijn hand worden afgenomen en met een fikse injectiespuit op de plek van het vermeende lekje worden ingespoten met als bedoeling dat het gaatje daardoor met mijn eigen stollend bloed gedicht zou worden.
Diezelfde middag kwam het telefoontje dat ik de volgende dag om 10 uur in het ziekenhuis zou moeten verschijnen. En tevens de mededeling dat ik sowieso 24 uur plat in een ziekenhuis zou moeten blijven.

Thuisgekomen klom ik in de mailpen en vertelde mijn neuroloog van hetzelfde ziekenhuis, zij had al die tijd op de achtergrond meegedaan, dat het wellicht verstandig was om de neurochirurg uit Dokter, luister nou! nog eens te raadplegen omdat hij als geen ander kennis had van de situatie van mijn hersenvochtkanaal op de bewuste plek. De man, dr. Iepenburg, had na de fatale mispeer in het Gooise Ziekenhuis, getracht het nodige herstelwerk te verrichten waaronder, zoals hij het noemde ”een complete renovatie van mijn hersenvochtkanaal onder in de rug.”

Ik melde me die donderdag dus om 10.00 uur in het ziekenhuis. En kreeg al onmiddellijk te horen dat ik om 14.45 uur aan de beurt was. Verbaast vroeg ik de dienstdoend zuster waarom ik er dan al om 10.00 uur moest zijn. Ze keek een beetje verschrikt om zich heen en fluisterde voor zich uit, maar overduidelijk voor mijn oren bestemt, dat “dat wellicht een verzekeringstechnische achtergrond had”. Doorvragend maakte ze me met veel woorden duidelijk dat nu een hele ziekenhuisdag gedeclareerd kon worden….

Om 14.45 uur werd ik in mijn ziekenhuisbed naar de voorbereidingskamer van de OK gebracht. Voordat ik er naar binnen werd gebracht werd ik tussen een aantal wachtenden op een voorbereidingskamer van de voorbereidingskamer geplaatst. Eerst verscheen er een dokter, ik had de man nog nooit gezien, die mij kwam vragen waar ik voor kwam. Het bleek een pijnbestrijdingsarts. De arts die mij op maandag de injectie had gegeven kon niet aanwezig zijn en had een vervanger ingeschakeld, maar het toeval wil dat die vervanger opgehouden was, dus daarom zou deze arts het wel op zich nemen.
Desgevraagd legde ik hem uit wat de bedoeling was. Bij het woordje bloedpatch zag ik een teken van herkenning op zijn gezicht. Hij legde me uit wat hij daar onder verstond: “Een beetje bloed uit mijn hand prikken en dan in mijn rug spuiten”. Het kwam een beetje als appeltje-eitje over en onder een “Ik kom u zo ophalen” vertrok hij in de richting van de echte voorbereidingskamer. En inderdaad, een half uur later werd ik de voorbereidingskamer OK ingereden.

Nog op mijn bed begon hij het infuus in mijn hand aan te leggen. Onmiddellijk moest ik denken aan de passages in Dokter, luister nou! hoe het afnemen van bloed in mijn geval tot een waar kunststuk kon uitgroeien. Ik had steenkoude handen en hoe de dokter ook op mijn rechterhand klopte en hoe strak hij de band om mijn bovenarm ook aantrok, het sorteerde nauwelijks effect. Ook nu stelde ik hem gerust. Het lag niet aan hem maar aan mijn verdomde bloedvaten.
“Dan gaan we het maar links proberen” , herhaalde hij onwetend een passage uit mijn boek. Uiteindelijk werd er een hoeveelheid van 20 ml bloed gescoord. Daar moest het dan maar mee gebeuren.

Ik werd van het bed op mijn buik op de OK-tafel gerold. Een kussen ter hoogte van mijn buik moest voor de noodzakelijke bolling in mijn rug zorgen. Ik voelde me met de minuut beroerder worden. Ik was al een beetje grieperig van huis gegaan en het zweet, het kan van angst zijn geweest, brak me uit.

Meneer, meneer, gaat het een beetje? We zijn maar gestopt want er ging iets niet goed….”

>