Bejaardenberg | SAAM Uitgeverij

Bejaardenberg

Blog

Rob Kerkhoven

Auteur


Rob Kerkhoven (1951) werd geboren in Utrecht en groeide op in de Achterhoek. Na het gymnasium studeerde hij geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Na 25 jaar werken als leraar geschiedenis hield hij het onderwijs voor gezien. Hij ontdekte de liefde voor het schrijven toen hij columns ging schrijven voor de Leeuwarder Courant en Heerenveense Courant. Daarnaast werkte hij als adviseur bij het Centrum voor Internationale Samenwerking in Lelystad. In 2006 debuteerde hij met ‘Vorden, van twaalf bakkers naar drie’, over het verdwijnen van de  middenstand in het dorp waar hij opgroeide. Dat debuut werd in 2008 gevolgd door ‘Tweeëntwintig Kerels’, een boek met elf voetbalverhalen. In 2017 kwam het autobiografisch getinte ‘Mijn Elfhuizentocht, 1951-2016’ uit. En nu verschijnt ‘Ouderenzorg. Eindstation Methusalem’.

Bejaardenberg

Het wetsvoorstel Ouderenzorg – voluit WABLO, Wet Algemene Begeleiding Levenseinde Ouderen – staat in in het najaar van 2037 op de politieke agenda. Er was in beide Kamers van ons parlement lang en breed over gedelibereerd, er waren talloze opiniestukken verschenen, Roar, de opvolger van twitter, ontplofte regelmatig, op diverse internetfora werd heftig gediscussieerd en ook flink gescholden, in de latenighttalkshows buitelden de deskundigen ruziënd over elkaar heen. Premier Lieke Vermeer van Ons Nederlands Belang (ONB) hield in het najaar van 2037 een gloedvolle toespraak in de Tweede Kamer. Ze was amper uitgesproken of de geachte afgevaardigden buitelden over elkaar heen om maar als eerste het woord te kunnen voeren.


“Heren, heren …”, maande de Kamervoorzitter, “en ook dames! Om de beurt graag, ík geef u het woord.”

“Mevrouw Van Putten ….”

“Dank u mevrouw de voorzitter”, zei Eveline van Putten van Democraten ’28.

“Ouderenzórg lijkt me hier een eufemisme.”

“Dat kun je wel zeggen, ja! Onze minister-president belazert de kluit”, riep Jan Roos van de Seniorenpartij er dwars doorheen. “Ze bedoelde …”

“Meneer Roos, ik verzoek u beschaafde, zo mogelijk zelfs parlementaire taal te gebruiken. Ik weet dat u daar af en toe moeite mee hebt, maar misschien wilt u een beetje uw best doen?”, vroeg parlementsvoorzitter Venema poeslief en een tikje vilein. “Én wilt u alstublieft op uw beurt wachten?”

Roos keek quasiverbaasd en negeerde vervolgens de terechtwijzing volledig.

“Ze bedoelde ‘hoe zorgen we ervoor dat onze peperdure bejaardenberg rap tempo kleiner wordt ’, vermoed ik”, galmde hij.

“Meneer Roos!!!”

Roos zat er overigens niet ver naast met zijn bejaardenberg. Zijn woordkeus was misschien wat cru maar het toenemende overschot aan te fitte vijfentachtig- en zelfs negentigplussers baarde de samenleving zorgen. De babyboomers werden steeds ouder, terwijl de levensverwachting van die generatie toch ooit op krap 80 werd geschat. Velen werden echter 90 of zelfs 100! En ze bléven natuurlijk ook lang niet allemaal fit tot het eind. Er waren de nodige sukkelaars: die werden vaak ook nog 85 of zelfs 90, maar vergden al op 75- of 80-jarige leeftijd onevenredig veel zorg en vooral zorgkósten. Beide groepen, de fitten en de sukkelaars, slurpten grote hoeveelheden publiek geld op: de fitten omdat ze zo lang bleven leven en dus zeer langdurig van AOW, pensioen- en andere voorzieningen profiteerden, de sukkelaars omdat ze vaak wel tien of vijftien jaar lang een stevig beroep deden op allerlei, vaak peperdure medische zorg. En ook zij consumeerden geruime tijd hun portie van de AOW- en pensioenvoorzieningen.

Al in de eerste helft van de jaren twintig kwam daarom de discussie op gang of er niet paal en perk gesteld moest worden aan de hoeveelheid zorg (en dus geld) waarop ieder individu gedurende zijn leven, en vooral gedurende zijn laatste levensjaren, recht kon doen gelden. In 2037 culmineerden die discussies in het wetsvoorstel Wablo.

“Ze bedoelde ‘hoe zorgen we ervoor dat onze peperdure bejaardenberg rap tempo kleiner wordt”

Ouderenzorg. Eindstation Methusalem

Ouderenzorg. Eindstation Methusalem

Een speels toekomstscenario, waarin ouderen maximaal 85 jaar mogen worden. Dat is zo bepaald in de Wet algemene begeleiding levenseinde ouderen (Wablo). 85-plussers worden in een levenseindeverblijf naar hun dood begeleid: eindstation Methusalem.

>