Ahmas

Ahmas

Thema’s als leiderschap, communicatie en samenwerking (C&S) zijn van groot belang in de zorg. Steeds vaker blijkt dat goede communicatie de sleutel vormt tot succes of falen, zowel in het contact met patiënten als met collega’s. Hoewel inmiddels aanbieders de onderwijsmarkt op dit gebied hebben betreden, is een kritische, wetenschappelijke blik op dit onderwerp zeldzaam.

Weinig effect

Uit de literatuur blijkt dat de vele initiatieven inzake onderwijs in communicatievaardigheden in de medische (vervolg)opleidingen, weinig effect heeft op de kwaliteit van de communicatie in de klinische praktijk. Dat is teleurstellend, maar doet vooral de vraag rijzen naar het waarom van dit gebrekkige resultaat.

Doelbewust oefenen

Uit onderzoek blijkt dat het leren ‘professioneel te communiceren’ om een mix vraagt van beschouwend en spontaan handelen. Deze combinatie vraagt op haar beurt weer om veel doelbewust oefenen. Hoewel hiermee in veel opleidingssituaties wel een voorzichtig begin wordt gemaakt, voldoen deze programma’s noch in kwantitatief noch in kwalitatief opzicht aan de voorwaarden voor doelbewust oefenen.

Het is dan ook niet vreemd dat de gewenste, en steeds vaker ook vereiste bekwaamheid in patiëntenvoorlichting bij medisch specialisten (in opleiding) ontbreekt. Dat geldt in absolute termen, maar ook uit het feit dat de gemeten kwaliteit een sterk wisselend karakter heeft.

Op basis van het model van doelbewust oefenen, is een onderwijsprogramma ontwikkeld, waarbij men aan de hand van op video opgenomen poliklinische consulten de eigen communicatie kan beoordelen en hierover tevens feedback kan krijgen van klinisch supervisoren. Uit onderzoek van Ahmas naar de uitvoerbaarheid en de effecten hiervan bleek dat specialisten in opleiding zich meer bewust werden van hun sterke en minder sterke punten in hun communicatie met patiënten en dat hun deelname aan het programma ook leidde tot een kleine verbetering in hun patiëntenvoorlichting. Uit verder onderzoek bleek echter dat de bekwaamheid van de supervisoren in het geven van voorlichting niet beter is dan die van de specialisten in opleiding, en dat de supervisoren wat betreft deze bekwaamheid dan ook onvoldoende geloofwaardig zijn om als rolmodel, begeleider en beoordelaar te kunnen functioneren.

Maatwerk

Op basis van al onze bevindingen zouden wij aanraden om meer werk te maken van communicatieve intervisie, bestaande uit wederzijdse en gelijkwaardige beoordeling en feedback. Een belangrijk hulpmiddel daarbij zijn leermiddelen op maat. In samenwerking met SAAM is een reeks handzame, toegankelijke boekjes ontwikkeld, waarin steeds een specifiek element van C&S centraal staat. Deze boekjes corresponderen met het elektronisch leerplatform www.ahmas.nl dat eveneens maatwerk op dit gebied ondersteunt.

Prof. dr. Harry B.M. van de Wiel (’s Hertogenbosch, 1955) studeerde psychologie in Utrecht en promoveerde cum laude aan de RU-Groningen op het onderwerp seksualiteit en gynaecologische kanker. Hij is ingeschreven in de registers: Klinisch Psychologen van het NIP, Psychotherapeuten van VWS en Seksuologie van de NVVS. In 1998 werd hij benoemd als hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde van de RUG en vanaf 2007 tot op heden is hij hoofd van het Expertisecentrum  voor Communicatie, Leiderschapsontwikkeling Assessment en Samenwerking van het Wenckebach Instituut in het UMCG. Hij heeft honderden wetenschappelijke en vakpublicaties en ruim 25 boeken over communicatie op zijn naam en is eindredacteur van het elektronisch leerplatform www.ahmas.nl.